Direct antwoord
De bijtelling voor de fiets van de zaak is in 2026 7% van de consumentenadviesprijs per jaar. Voor een fiets van €2.000 betekent dat €140 bijtelling, of circa €4 tot €5 per maand netto belasting bij modaal inkomen. Nieuw per 2026: bij maximaal 10% thuisstalling geldt 0% bijtelling. Dit is bedoeld voor hubfietsen, OV-fietsen, campusfietsen en andere deelfietsen die werknemers vooral op het werk gebruiken. De regel werkt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020, dus correctie over eerdere jaren is mogelijk mits bewijs aanwezig is.
In het kort
- Bijtelling 7% blijft: ongewijzigd in 2026, op basis van de consumentenadviesprijs van de fiets inclusief btw en accessoires.
- Nieuwe 0%-regel: geen bijtelling als de fiets maximaal 10% van de tijd bij het woonadres staat én uitsluitend voor woon-werkverkeer wordt gebruikt.
- Terugwerkende kracht tot 2020: werkgevers kunnen ten onrechte ingehouden bijtelling over eerdere jaren mogelijk corrigeren via een aangifte loonheffingen.
- Geen maximumprijs: ook dure e-bikes, speed pedelecs en bakfietsen vallen onder de regeling.
- Bewijslast bij werkgever: objectief en sluitend bewijs van beperkte thuisstalling is verplicht, bijvoorbeeld via sleutelbeleid of GPS-tracking.
- Voor ZZP'ers ook van toepassing: dezelfde 7% of 0% regels gelden voor de IB-ondernemer met fiets op de balans.
- Wettelijke basis: verduidelijking opgenomen in artikel 13ter Wet op de loonbelasting, aangenomen in Belastingplan 2026 op 16 december 2025.
Hoe werkt de bijtelling voor de fiets van de zaak?
Sinds 1 januari 2020 geldt voor een fiets van de zaak een eenvoudige forfaitaire regeling. Wanneer een werkgever een fiets ter beschikking stelt aan een werknemer die deze ook voor woon-werkverkeer of privé mag gebruiken, telt 7% van de consumentenadviesprijs jaarlijks mee als loon in natura. Over dat bedrag wordt loonbelasting en premie volksverzekeringen ingehouden, net als bij regulier salaris.
De consumentenadviesprijs is de prijs die de fabrikant of importeur voor Nederland heeft vastgesteld, inclusief btw. Dat is dus niet de prijs die de werkgever betaalt (die kan lager zijn door bedrijfskorting) en ook niet de prijs van een tweedehands fiets. Is de oorspronkelijke adviesprijs onbekend? Dan mag de werkgever de prijs van een vergelijkbaar model gebruiken. Accessoires die bij aanschaf zijn meegenomen, zoals fietstassen, een hoogwaardig slot of een extra accu, tellen mee voor de berekening.
Belangrijk om te weten: voor de fietsregeling geldt woon-werkverkeer als privégebruik, in tegenstelling tot bij een auto van de zaak. Dat klinkt vreemd, maar het is bewuste wetgeving om de regeling administratief simpel te houden. Zodra een werknemer de fiets in welke vorm dan ook mee naar huis kan nemen, is bijtelling van toepassing.
De bijtelling in cijfers (2026)
Rekenvoorbeelden: wat kost een fiets van de zaak je netto?
Het exacte bedrag dat een werknemer per maand betaalt aan loonbelasting over de bijtelling hangt af van het inkomen en de daarbij behorende belastingschijf. Voor 2026 gelden de volgende tarieven in box 1: schijf 1 (tot €38.883) 35,75%, schijf 2 (€38.883 tot €78.426) 37,56% en schijf 3 (boven €78.426) 49,50%. Hieronder enkele uitgewerkte voorbeelden.
| Type fiets | Adviesprijs | Bijtelling per jaar (7%) | Netto kosten schijf 2 (37,56%) | Netto kosten schijf 3 (49,50%) |
|---|---|---|---|---|
| Stadsfiets | €1.200 | €84 | circa €32 per jaar (€2,60/maand) | circa €42 per jaar (€3,50/maand) |
| Reguliere e-bike | €2.500 | €175 | circa €66 per jaar (€5,50/maand) | circa €87 per jaar (€7,20/maand) |
| Premium e-bike | €3.500 | €245 | circa €92 per jaar (€7,70/maand) | circa €121 per jaar (€10,10/maand) |
| Speed pedelec | €5.000 | €350 | circa €131 per jaar (€11/maand) | circa €173 per jaar (€14,40/maand) |
| Elektrische bakfiets | €6.500 | €455 | circa €171 per jaar (€14,30/maand) | circa €225 per jaar (€18,80/maand) |
Bedragen ter indicatie, exclusief inkomensafhankelijke heffingskortingen die het netto effect kunnen verkleinen. Eigen bijdragen via salaris worden afgetrokken van de bijtelling tot maximaal de bijtelling zelf.
Vergelijking met zelf kopen
Een premium e-bike van €3.500 zelf kopen kost een werknemer in schijf 2 dat hele bedrag uit netto besparen geld. Via de werkgever met een leaseconstructie en eigen bijdrage uit brutosalaris (vergelijkbaar met cafetariaregeling) kan dezelfde fiets effectief 30 tot 40% goedkoper uitvallen. Plus een onderhoudsdienst, verzekering en pechhulp die meestal in het leasetarief zitten. De 7% bijtelling van €245 per jaar is daarmee een veel kleinere kostenpost dan het belastingvoordeel via de werkgever oplevert.
De 10%-stallingsregel: 0% bijtelling voor deelfietsen
De grote verandering die het Belastingplan 2026 brengt, is een verduidelijking van een grijs gebied dat al sinds 2020 voor verwarring zorgde. De forfaitaire bijtelling van 7% gold tot nu toe ook voor situaties waarin een fiets nauwelijks privé werd gebruikt, bijvoorbeeld een OV-fiets die alleen tussen station en kantoor wordt ingezet of een campusfiets die op het bedrijfsterrein blijft staan. Dat leidde tot wat de wetgever zelf "onbedoelde belastingheffing" noemde.
Vanaf 1 januari 2026 is in artikel 13ter van de Wet op de loonbelasting expliciet vastgelegd dat een fiets van de zaak een bijtelling van nihil krijgt als deze "niet meer dan bijkomstig" bij het woon- of verblijfadres van de werknemer wordt gestald. Het wetsartikel concretiseert "bijkomstig" als maximaal 10% van de tijd. Voor de IB-ondernemer geldt een spiegelbeeldige regeling: ook daar wordt de onttrekking op nihil gesteld.
Doorslaggevend is of de werknemer "beschikkingsmacht" over de fiets heeft. Wordt de fiets bij de woning geplaatst en neemt de werknemer de sleutel mee naar binnen, dan is sprake van stallen bij het woonadres en telt die periode mee voor de 10%-grens. Wordt de fiets daarentegen via een app "ingeleverd" of in een afgesloten hub teruggezet, en is deze daarna niet langer exclusief voor de werknemer beschikbaar, dan is geen sprake van stallen.
Welke fietsen vallen onder de 0%-regel?
De wetgeving maakt geen onderscheid tussen typen fietsen. Wel zijn er enkele standaardvormen waarbij de 10%-grens vrijwel automatisch wordt gehaald.
| Type fiets | Typische gebruikssituatie | Bijtelling 2026 | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|
| OV-fiets | Alleen tussen NS-station en werkplek | 0% | Wordt na rit ingeleverd bij OV-fietspunt |
| Hubfiets | Vanaf mobiliteitshub naar werkplek | 0% | Vastleggen in arbeidsvoorwaarden |
| Campusfiets | Verplaatsing tussen bedrijfslocaties | 0% | Niet structureel bij één medewerker thuis |
| Poolfiets | Wisselend gebruikt door meerdere werknemers | 0% | Maximaal 10% thuis per fiets |
| Reguliere leasefiets | Werknemer fietst zelf naar werk en thuis | 7% | Vrijwel altijd meer dan 10% thuis |
| Leasefiets (alleen woon-werk) | Werknemer stalt op kantoor | 0% mogelijk | Bewijslast: sluitend bewijs vereist |
Wat is een hubfiets precies?
Een hubfiets is een fiets die in de arbeidsvoorwaarden is opgenomen en alleen voor een voorgeschreven route mag worden gebruikt, doorgaans vanaf een mobiliteitshub of station naar de werkplek. Bij zo'n fiets is er strikt genomen geen sprake van een ter beschikking gestelde fiets in de zin van de wet, omdat de werknemer geen beschikkingsmacht heeft over de fiets buiten die route. Voor de Belastingdienst is dat al sinds 2020 onbelast, maar de praktijk zat vol onduidelijkheid. Met de verduidelijking in het Belastingplan 2026 is dat nu vastgelegd in zwart-wit.
Terugwerkende kracht tot 2020: kun je geld terugkrijgen?
Een opvallende eigenschap van deze regeling is de terugwerkende kracht tot 1 januari 2020, de oorspronkelijke invoeringsdatum van de fietsregeling. Dat betekent dat werkgevers die in de jaren 2020 tot en met 2025 ten onrechte 7% bijtelling hebben toegepast op een fiets die feitelijk aan de 0%-voorwaarden voldoet, alsnog kunnen corrigeren.
De praktijk is echter weerbarstig. De fiscale bezwaartermijn voor de loonheffingen is vijf jaar, dus alleen de jaren 2021 tot en met 2025 zijn redelijkerwijs nog te corrigeren. Voor het kalenderjaar 2020 is correctie alleen mogelijk via een ambtshalve verzoek aan de Belastingdienst, met een afnemende kans op succes.
Wie aanspraak wil maken op een correctie, moet kunnen aantonen dat aan beide voorwaarden was voldaan: maximaal 10% thuisstalling én uitsluitend gebruik voor woon-werkverkeer. Het bewijs moet objectief en sluitend zijn. In de praktijk lukt dat het beste voor situaties waarin de fiets fysiek niet bij de werknemer thuis kon staan, bijvoorbeeld bij hubfietsen met een verplichte inlevering op de werklocatie of bij campusfietsen die in een afgesloten ruimte op het bedrijfsterrein verbleven.
Let op: bewijslast ligt bij de werkgever
De Belastingdienst heeft duidelijk gemaakt dat de bewijslast voor de 0%-toepassing volledig bij de werkgever ligt. Onvoldoende of vaag bewijs leidt tot terugbetaling van de bespaarde loonheffingen, mogelijk verhoogd met rente. Praktische tips: leg in arbeidsvoorwaarden vast dat de fiets niet mee naar huis mag, hanteer een sleutelbeleid waarbij de fietssleutel aan het einde van de werkdag op kantoor blijft, of werk met een app waarin werknemers de fiets digitaal "inleveren". Voor structurele bewijsvoering kan een GPS-tracker uitkomst bieden.
Verschillende perspectieven: werkgever, werknemer, ZZP'er
Voor de werknemer
Als werknemer is een fiets van de zaak doorgaans aantrekkelijk. De 7% bijtelling betekent dat een €3.500 e-bike je netto maar circa €7 tot €10 per maand kost aan loonbelasting, terwijl je dezelfde fiets zelf zou moeten kopen met netto besparen geld. Veel werkgevers nemen daarnaast onderhoud, verzekering en pechhulp voor hun rekening in het leasecontract.
Het oppassen begint bij eigen bijdragen via brutosalaris (cafetariaregeling). Daarmee verlaag je je belastbaar loon en bespaar je belasting, maar je verlaagt ook je SV-loon. Dat kan invloed hebben op je WW-uitkering, vakantiegeld en pensioenopbouw als de cafetariaregeling op die grondslag werkt. Vraag je werkgever om een berekening die daarmee rekening houdt.
Voor de werkgever
Een fiets van de zaak is fiscaal vriendelijk en helpt aan duurzaamheids- en mobiliteitsdoelen. De werkgever kan bovendien kiezen om de bijtelling zelf te dragen via de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR). In 2026 is die vrije ruimte 2,0% van het loon over de eerste €400.000 en 1,18% over het meerdere. Plaats de werkgever de bijtelling in de vrije ruimte, dan betaalt de werknemer helemaal geen loonbelasting over de fiets.
Aandachtspunten voor de werkgever: leg het fietsbeleid duidelijk vast (welke fietsen, welke werknemers, welke gebruiksregels), regel een goede leaseconstructie met onderhoud en verzekering, en houd rekening met aansprakelijkheid bij ongevallen onderweg.
Voor de ZZP'er
Ook als IB-ondernemer kun je een fiets op de balans van je onderneming zetten, mits je deze voor meer dan 10% zakelijk gebruikt. De aanschafkosten zijn aftrekbaar via afschrijving (maximaal 20% per jaar) en kosten voor onderhoud, verzekering en accessoires zijn ook aftrekbaar. Voor privégebruik geldt dezelfde 7%-onttrekking op de winst, of 0% als de fiets aan de 10%-stallingsregel voldoet. BTW-aftrek is alleen mogelijk als je de fiets gebruikt voor BTW-belaste omzet.
Combinatie met reiskosten- en thuiswerkvergoeding
Een werkgever mag geen onbelaste kilometervergoeding (€0,25 per kilometer in 2026) geven voor dezelfde reis waarvoor de werknemer al een fiets van de zaak gebruikt. Dat zou dubbele compensatie van dezelfde reis betekenen. Wel mag de thuiswerkvergoeding van €2,45 per dag worden uitbetaald voor dagen dat de werknemer niet naar kantoor reist.
Voor dagen dat de werknemer wel naar kantoor moet maar de fiets niet bruikbaar is (bijvoorbeeld bij ernstige regenval of ziekte), kan de werkgever kiezen om voor die specifieke dagen een reiskostenvergoeding voor ander vervoer (OV of carpool) onbelast te vergoeden. Het is verstandig dit helder vast te leggen in het mobiliteitsbeleid om discussies achteraf te voorkomen.
Wat kun je nu doen?
Met de verduidelijking in het Belastingplan 2026 is dit een goed moment om te kijken of de huidige praktijk binnen je organisatie of als werknemer fiscaal optimaal is.
- Werkgever: controleer welke fietsen in je vloot mogelijk voor de 0%-regel in aanmerking komen. Pas waar nodig de arbeidsvoorwaarden en gebruiksregels aan om aan de 10%-stallingsgrens te voldoen.
- Werkgever: beoordeel of correctie van bijtelling over 2021 tot en met 2025 mogelijk is voor deelfietsen, hubfietsen of campusfietsen. Verzamel bewijs over gebruik en stalling.
- Werknemer: vraag bij twijfel je werkgever om uitleg over hoe de bijtelling in jouw situatie wordt toegepast. Bij hubfietsen of OV-fietsen ben je vermoedelijk al sinds 2020 te veel belast.
- Werknemer: overweeg een fiets van de zaak via een cafetariaregeling als je werkgever dit aanbiedt. De netto kostprijs kan 30 tot 40% lager uitvallen dan zelf kopen.
- ZZP'er: bekijk of je fiets fiscaal slim op de balans staat en of de 10%-regel ook voor jou voordeel oplevert.
- Mobiliteitsbeleid: integreer fiets, OV en eventueel deelauto in één duurzaam mobiliteitsbudget. Daarmee voldoe je tegelijk aan eventuele WPM-rapportageplicht.
Reken het door voor jouw situatie
Wil je weten hoe een fiets van de zaak zich verhoudt tot een auto, OV of e-bike op privébasis? Onze Reiskosten Calculator rekent de werkelijke maandlasten door voor alle vervoersmiddelen, inclusief de fiscale gevolgen. Voor woon-werkafstanden tot circa 20 kilometer enkele reis komt een (elektrische) fiets van de zaak in veel gevallen als financieel meest aantrekkelijke optie uit de bus, zeker in combinatie met deeltijdthuiswerken.