Doelgroepen Features Kennisbank FAQ Bereken mijn kosten
Deadline 30 juni 2026

WPM-rapportage 2026: deadline 30 juni en de afschaffing voor mkb

Werkgevers met 100 of meer werknemers moeten voor 30 juni 2026 hun WPM-rapportage indienen over kalenderjaar 2025. Tegelijk wordt de grens hoogstwaarschijnlijk verhoogd naar 250. Wat moet je nu doen, en wat kun je nog uitstellen?

Bijgewerkt:

Bereken de mobiliteitskosten van jouw werknemers

Reiskostencheck berekent de optimale vergoeding per medewerker en geeft inzicht in de impact van vervoersmiddelen op de WPM-cijfers.

Open calculator →
Door Reiskostencheck Redactie | Laatst bijgewerkt: 1 mei 2026 | Gebaseerd op RVO-handreiking, internetconsultatie WPM (afgesloten 9 maart 2026)

💡 Direct antwoord

Werkgevers met 100 of meer werknemers op 1 januari 2025 moeten uiterlijk 30 juni 2026 rapporteren over de woon-werk- en zakelijke kilometers van hun personeel over kalenderjaar 2025. De Tweede Kamer wil de grens optrekken naar 250 werknemers, maar tot het besluit definitief is gepubliceerd geldt nog steeds de huidige verplichting. Begin dus op tijd, gebruik een enquête onder medewerkers en combineer dat met data van leasebedrijven en declaraties.

In het kort

Wat is de WPM precies?

De Rapportageverplichting Werkgebonden Personenmobiliteit, kortweg WPM, is een verplichting die voortkomt uit het Klimaatakkoord en sinds 1 juli 2024 van kracht is. De gedachte erachter: bijna de helft van alle CO2-uitstoot door personenvervoer in Nederland komt van zakelijke ritten en woon-werkverkeer. Werkgevers hebben daarmee een grote hefboom op verduurzaming. Door werkgevers te verplichten in kaart te brengen hoeveel kilometers hun personeel maakt, en met welke vervoersmiddelen, ontstaat zicht op de bron van uitstoot. En ontstaat ook draagvlak voor toekomstig beleid.

De wet verplicht alleen rapportage van geaggregeerde gegevens, dus geen ritregistratie per individuele werknemer. Werkgevers leveren totalen aan over: het aantal kilometers per vervoersmiddel (auto, motor, scooter, fiets, openbaar vervoer), het brandstoftype (benzine, diesel, hybride, elektrisch, waterstof) en het mobiliteitstype (woon-werk of zakelijk). Op basis daarvan rekent RVO automatisch de bijbehorende CO2-uitstoot uit. De individuele werkgever ziet dat als een rapport en kan vergelijken met sectorgemiddelden.

Aantal werknemers (peildatum)
100+
op 1 januari 2025, per KvK
Deadline rapportage 2025
30 juni
2026 via RVO-portaal
Beoogde nieuwe grens
250
werknemers, ter consultatie
CO2-doel 2030
-1,5 Mt
megaton reductie, conform Klimaatakkoord

De politieke onzekerheid: gaat de grens echt naar 250?

Hier zit de grootste valkuil van dit jaar. De Tweede Kamer nam op 15 april 2025 een motie aan om de WPM af te schaffen voor bedrijven met minder dan 250 werknemers. Op 20 november 2025 kondigde het kabinet officieel het voornemen tot deze afschaffing aan. Een concreet besluit lag tot 9 maart 2026 ter internetconsultatie. Als dat besluit ongewijzigd wordt ingevoerd, geldt de afschaffing met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Werkgevers met 100 tot 249 werknemers hoeven dan ook over 2026 niet meer te rapporteren.

Tot dat moment is dat echter koffiedik kijken. Tot de officiële publicatie in het Staatsblad blijft de huidige wet onverkort van kracht. Wachten tot het laatste moment is daarom risicovol. Drie scenario's tekenen zich af voor de zomer van 2026:

⚠ Wachten kost je tijd, niet handelen kost je geld

De pragmatische aanbeveling: behandel de WPM-rapportage tot de officiële publicatie als een lopende verplichting. De data verzamelen vergt 4 tot 8 weken werk, zeker als je voor het eerst rapporteert. Wacht je tot juni met starten en blijkt het besluit dan toch niet (op tijd) doorgevoerd, dan loop je het risico op een last onder dwangsom door de bevoegde omgevingsdienst. De data verzamelen is sowieso nuttig, ook voor je interne CSRD- of duurzaamheidsrapportage.

Welke gegevens moet je precies aanleveren?

De rapportage in de RVO-tool vraagt om een tabel met geaggregeerde kilometers per combinatie van drie variabelen: mobiliteitstype, vervoersmiddel en brandstoftype. Onder mobiliteitstype valt de uitsplitsing tussen woon-werkverkeer en zakelijke ritten. Onder vervoersmiddel vallen personenauto, motor, scooter, brom- en snorfiets, fiets (inclusief e-bike), bus, tram, metro en trein. Onder brandstoftype vallen benzine, diesel, LPG, hybride benzine, hybride diesel, plug-in hybride, volledig elektrisch, waterstof, en biobrandstoffen.

Categorie Wat moet je rapporteren? Bron in jouw organisatie
Lease wagenpark Totale kilometers per auto, gesplitst naar privé, woon-werk en zakelijk Leasebedrijf (Athlon, ALD, LeasePlan)
Eigen auto van werknemer Gedeclareerde zakelijke kilometers per brandstoftype Declaratiesysteem of HR/Finance
Woon-werkverkeer Geschatte jaarkilometers per vervoersmiddel Enquête onder werknemers + extrapolatie
Openbaar vervoer (zakelijk) OV-kilometers via mobiliteitskaart of vergoeding OV-bedrijfskaartleverancier (NS Business, Mobility Mixx)
Fietsregelingen Schatting kilometers per werknemer met leasefiets Leasefietsleverancier of HR-data
Mobiliteitsbudgetten Diverse vervoersmiddelen, conform onderliggende declaraties Mobiliteitspasleverancier (MoveMove, Shuttel)

Wat je niet hoeft te rapporteren: vluchten, internationale treinreizen, bedrijfsbussen op grijs kenteken voor goederenvervoer en privéritten met de eigen auto die niet gedeclareerd zijn. Ook persoonsgegevens worden expliciet niet gevraagd. Het gaat puur om totalen op organisatieniveau, per KvK-nummer.

De vijf stappen om je rapportage rond te krijgen

Een complete WPM-rapportage opstellen is geen avondklus. Voor middelgrote werkgevers is dit jaarlijks 4 tot 8 weken werk, vooral bij de eerste keer. Hieronder de aanpak die in de praktijk goed werkt voor organisaties tussen 100 en 1000 werknemers.

Stap 1: Bepaal je rapportagegrenzen

Begin met administratie. Hoeveel werknemers had jouw organisatie op 1 januari 2025? Tel mee: alle werknemers met een contract van minimaal 20 uur betaald werk per maand, op één KvK-nummer. Tel niet mee: ZZPers, gedetacheerden, uitzendkrachten en stagiairs zonder dienstverband. Werknemers met buitenlands woonadres maar Nederlandse vestiging tellen wel mee. Kom je boven de 100? Dan val je dit jaar (nog) onder de verplichting.

Heb je meerdere vestigingen onder hetzelfde KvK-nummer, dan dien je één gecombineerde rapportage in. Werk je met meerdere KvK-nummers binnen een groep, dan moet elke rechtspersoon afzonderlijk rapporteren als die boven de grens uitkomt. Voor multinationals geldt: alleen werknemers van de Nederlandse vestiging tellen mee.

Stap 2: Verzamel data uit je bestaande systemen

De ene helft van je rapportage komt uit interne systemen. Lease-informatie krijg je van je leasemaatschappij, vrijwel alle grote partijen leveren standaard een WPM-rapport waarin de kilometers al gesplitst zijn naar privé, woon-werk en zakelijk. Vraag dit jaarlijks op in januari of februari. Zakelijke ritten met de eigen auto haal je uit je declaratiesysteem; daar staat doorgaans het aantal kilometers per declaratie en kun je een totaal genereren.

OV-data komt van je mobiliteitskaartleverancier, denk aan NS Business, Mobility Mixx, Shuttel of vergelijkbare partijen. Zij leveren op aanvraag een geaggregeerd overzicht. Voor werknemers die zelf hun OV declareren, gebruik je de declaraties als bron. Voor leasefietsen vraag je bij de leverancier naar gemiddelde-kilometer-statistieken; bij ontbrekende data kun je terugvallen op een algemene schatting van 5 tot 8 km per werkdag voor woon-werkfietsers.

Stap 3: Verstuur een korte enquête voor woon-werkkilometers

Het lastigste onderdeel is woon-werkverkeer waarvoor geen vergoeding wordt gedeclareerd, denk aan werknemers die met de eigen auto naar kantoor komen zonder kilometervergoeding, of die met de fiets, bus of trein gaan. Hier helpt een enquête. Vraag in een korte vragenlijst (5 tot 10 vragen) per werknemer: waar woon je, hoeveel dagen per week werk je op kantoor, met welk vervoersmiddel kom je doorgaans, en wat is de afstand enkele reis.

Op basis van de antwoorden extrapoleer je naar jaartotalen. RVO accepteert deze methodiek expliciet, mits je het proces transparant documenteert. Tip: combineer de enquête met je jaarlijkse medewerkerstevredenheidsonderzoek of een ander HR-traject; dat verhoogt de respons. Reken op een respons van 50 tot 70 procent bij een eenvoudige survey, en gebruik gewogen gemiddelden om naar je hele populatie te extrapoleren.

Stap 4: Verwerk alles in één overzicht

Wanneer je alle data binnen hebt, breng je het samen in een matrix met de drie dimensies: mobiliteitstype × vervoersmiddel × brandstoftype. Het eenvoudigst werkt dit met een Excel-spreadsheet of een gespecialiseerde tool. Tools als Fynch, MoveMove en Mobility Mixx bieden ingebouwde WPM-rapportage; voor wie zelf bouwt is een eenvoudige Excel-template van RVO beschikbaar. Tel alle bronnen bij elkaar op en check op redelijkheid: matchen de zakelijke kilometers met de gedeclareerde kostenposten?

Stap 5: Dien in via het RVO-ondernemersportaal

De daadwerkelijke indiening gebeurt online via het RVO-ondernemersportaal. Inloggen met eHerkenning niveau 2+ is vereist. Vul de matrix in, controleer of de optellingen kloppen en dien in voor 30 juni. Je ontvangt direct een ontvangstbevestiging plus een geautomatiseerd CO2-overzicht: hoeveel ton CO2 jouw organisatie heeft uitgestoten, en hoe dat zich verhoudt tot vergelijkbare werkgevers.

💡 Plan vooruit voor 2027

Of de 250-grens nu wel of niet doorgaat: het Klimaatakkoord-doel van 1,5 megaton CO2-reductie blijft staan. Loopt de gezamenlijke reductie achter op schema, dan kunnen er alsnog dwingende normen worden ingevoerd, bijvoorbeeld een verplicht CO2-plafond per werkgever. Ook voor wie volgend jaar uit de WPM valt, blijft inzicht in werkgebonden mobiliteit dus strategisch waardevol, zowel voor kostenbeheersing als voor (sub)CSRD-rapportage in de keten.

De praktische valkuilen die werkgevers maken

Valkuil 1: Te laat starten

Verreweg de grootste fout. Werkgevers onderschatten consistent hoeveel tijd het kost om data uit verschillende bronnen samen te brengen. Leasebedrijven leveren WPM-rapporten op aanvraag, maar reken op een verwerkingstijd van 2 tot 4 weken. Een enquête onder werknemers vergt al snel 3 weken (uitnodiging, herinneringen, verwerking). Begin daarom uiterlijk in april, niet in juni. Wie pas op 1 juni begint, riskeert een onvolledige rapportage of overschrijding van de deadline.

Valkuil 2: Onvoldoende kwaliteit van leasedata

Leasemaatschappijen leveren WPM-rapporten, maar de splitsing privé/woon-werk/zakelijk is vaak gebaseerd op aannames. Bij sommige leasebedrijven staat alle leasekilometrage standaard als "zakelijk" geboekt, wat de cijfers vertekent. Vraag specifiek naar de bronmethodiek: is de splitsing op basis van werkelijke ritregistratie, of op aanname (bijvoorbeeld 70% zakelijk)? Pas waar nodig handmatig aan op basis van eigen kennis.

Valkuil 3: Vergeten van de "stille" mobiliteitsstromen

Werknemers die met de eigen auto naar werk komen zonder kilometervergoeding, fietsende collega's, of medewerkers die niet onder een mobiliteitsregeling vallen, blijven gemakkelijk buiten beeld. Toch tellen hun kilometers wel mee voor de rapportage. Een complete enquête onder alle werknemers, niet alleen de "beleidsgebruikers", is essentieel. Anders rapporteer je structureel te weinig kilometers en geeft je rapport een vertekend beeld.

Valkuil 4: Het brandstoftype te grof invullen

RVO vraagt expliciet naar uitsplitsing per brandstoftype. Een rapportage waarin alle auto's onder "benzine" staan terwijl de helft van het wagenpark elektrisch is, klopt feitelijk niet. Ook hybrides moeten apart worden gerapporteerd, en plug-in hybrides anders dan reguliere hybrides. Vraag bij je leasebedrijf om de brandstof-uitsplitsing per voertuig in het wagenpark, en pas die toe op de gereden kilometers.

Valkuil 5: Geen documentatie achterhouden

Bij controle door de bevoegde omgevingsdienst moet je je methodiek kunnen toelichten. Bewaar daarom: de enquête die je hebt uitgezet, de respons, je extrapolatie-rekenwijze, de WPM-rapporten van leveranciers en je eigen Excel-werkblad. Vijf jaar bewaarplicht is een redelijke vuistregel, gelijk aan de algemene fiscale bewaartermijn voor administratie.

Hoe verhoudt de WPM zich tot CSRD en andere duurzaamheidskaders?

De WPM staat niet op zichzelf. Voor grote ondernemingen die onder de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) vallen, valt werkgebonden mobiliteit onder scope 3-emissies van het Greenhouse Gas Protocol. CSRD vraagt om uitgebreidere rapportage, inclusief reductiedoelen en transitieplannen, terwijl WPM zich beperkt tot kilometers en CO2. In de praktijk is de WPM-data echter een prima basis voor de scope 3-categorie 7 ("employee commuting") binnen CSRD.

Wie nu al CSRD-plichtig is (omzet boven 50 miljoen euro, balans boven 25 miljoen, of meer dan 250 werknemers), kan de WPM-data direct hergebruiken in de duurzaamheidsverslaglegging. Voor werkgevers die binnen de keten leveren aan CSRD-plichtige klanten, wordt transparantie over werkgebonden mobiliteit steeds vaker uitgevraagd, ook als je zelf niet rapportageplichtig bent. Een goede WPM-rapportage is dus meer dan alleen een wettelijke verplichting.

Tijdlijn van de WPM-wetgeving

De rol van mobiliteitsdienstverleners en HR-tools

De markt voor WPM-ondersteuning is sinds 2024 sterk gegroeid. Drie typen leveranciers helpen werkgevers:

De eerste groep zijn gespecialiseerde mobiliteits-SaaS-tools zoals Fynch, MoveMove en Mobility Mixx. Zij combineren een mobiliteitskaart of -app met automatische ritregistratie en leveren een kant-en-klaar WPM-rapport. Voor organisaties met veel verschillende vervoersstromen is dit veruit de minst arbeidsintensieve route, maar wel met maandelijkse kosten per gebruiker. Reken op 5 tot 15 euro per medewerker per maand, afhankelijk van features.

De tweede groep zijn leasemaatschappijen en bedrijfswagenparkbeheerders die hun klanten een WPM-rapport leveren als onderdeel van het bestaande contract. Athlon, ALD, LeasePlan en vergelijkbare partijen doen dit standaard. Het rapport beslaat alleen het wagenpark, dus voor andere mobiliteitsstromen heb je nog aanvullende data nodig.

De derde groep zijn HR-systemen en payrollproviders. Sommige werkgevers hebben WPM-functionaliteit ingebouwd in hun HRM-software (zoals Visma|Raet, AFAS of een Baker Tilly HR Hub). Dat is praktisch als je toch al die systemen gebruikt, maar voegt geen extra mobiliteitsregistratie toe.

Voor kleinere organisaties (100 tot 250 werknemers) die mogelijk volgend jaar uit de verplichting vallen, is een eigen Excel-aanpak met een eenmalige enquête vaak voldoende. Voor grotere organisaties met complexe mobiliteitsstromen is een tool-ondersteund proces meestal kostentechnisch verantwoord, zeker omdat de inzichten ook helpen om mobiliteitsbeleid bij te sturen.

Drie misverstanden die werkgevers regelmatig maken

"De grens gaat naar 250, dus ik hoef niets te doen"

Onjuist, althans tot het besluit officieel is gepubliceerd. Tot dat moment geldt de huidige wet onverkort. Bedrijven met 100 of meer werknemers blijven juridisch verplicht om voor 30 juni 2026 te rapporteren over 2025. Een dwangsom van een omgevingsdienst is niet hypothetisch: meerdere omgevingsdiensten controleren actief sinds juli 2025. Wachten op het besluit kost je in het slechtste geval geld.

"Wij hebben alleen kantoorpersoneel, dus weinig kilometers"

Niet relevant voor de verplichting zelf. De rapportageverplichting hangt aan het aantal werknemers, niet aan het aantal kilometers. Of jouw werknemers nu wereldreizigers zijn of dichtbij wonen: zodra je boven de 100 werknemers zit, moet je rapporteren. Dat het rapport laag uitvalt qua kilometers is alleen maar gunstig voor de CO2-cijfers.

"Persoonsgegevens worden gerapporteerd"

Onjuist. RVO vraagt expliciet alleen om geaggregeerde data op organisatieniveau. Geen namen, geen routes, geen individuele ritten. Werknemers hoeven dan ook geen specifieke toestemming te geven voor de rapportage zelf, hoewel de enquête wel onder de standaard AVG-regels valt (informatieplicht, doelbinding, verwerkersovereenkomst met externe leveranciers).

Conclusie: pragmatisch handelen onder onzekerheid

De WPM zit in een overgangsfase. Juridisch geldt nog steeds de 100-grens, in de praktijk wordt brede consensus dat de drempel naar 250 gaat. Dat is verwarrend voor werkgevers. De pragmatische lijn voor middelgrote organisaties: behandel de rapportage tot definitief besluit als verplichting, maar besteed er alleen het minimum aan tijd en geld dat nodig is. Stel een eenvoudige enquête op, vraag de WPM-data van je leasemaatschappij op, combineer alles in Excel en dien in.

Voor grotere werkgevers (250+) verandert er weinig. De rapportage blijft ook na de eventuele wetswijziging van kracht, en de inzichten zijn waardevol voor CSRD-rapportage en mobiliteitsbeleid. Voor zowel kleinere als grotere organisaties geldt: de WPM is geen op zichzelf staand iets, maar past in een breder verhaal over duurzame mobiliteit waarin werkgevers steeds meer verantwoordelijkheid dragen. De data die je nu verzamelt, helpt je ook bij het optimaliseren van je mobiliteitsbudget, het herzien van je kilometervergoedingsbeleid, en het inspelen op de aankomende pseudo-eindheffing van 2027 voor fossiele leaseauto's.

Geschreven door
Reiskostencheck redactie

Onafhankelijke Nederlandse redactie gespecialiseerd in mobiliteitskosten en fiscale regelingen. We werken zonder samenwerkingen met werkgevers, leasebedrijven of vervoersaanbieders. Cijfers gebaseerd op de RVO-handreiking WPM, de internetconsultatie van het ministerie van IenW (afgesloten 9 maart 2026) en publiek beschikbare informatie van omgevingsdiensten en mobiliteitsdienstverleners.

📅 Laatst bijgewerkt: 🇳🇱 Nederland ✉️ info@reiskostencheck.nl

Veelgestelde vragen over de WPM-rapportage 2026

De vragen die werkgevers ons het vaakst stellen sinds de aankondiging van de mogelijke afschaffing voor mkb-bedrijven.

Wat is de WPM-rapportage?

De WPM staat voor Rapportageverplichting Werkgebonden Personenmobiliteit. Het is een wettelijke verplichting voor werkgevers met 100 of meer werknemers om jaarlijks te rapporteren hoeveel kilometers hun werknemers afleggen voor woon-werkverkeer en zakelijke ritten, uitgesplitst naar vervoersmiddel en brandstoftype. De rapportage gaat naar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en is sinds 1 juli 2024 van kracht.

Wat is de deadline voor de WPM-rapportage 2026?

De deadline voor het indienen van de WPM-rapportage over kalenderjaar 2025 is uiterlijk 30 juni 2026. Te late of incomplete indiening kan leiden tot een last onder dwangsom door de bevoegde omgevingsdienst. Begin daarom op tijd met het verzamelen van de gegevens, zeker als je afhankelijk bent van externe partijen zoals leasemaatschappijen voor brandstof- of laaddata.

Geldt de WPM-verplichting nog voor bedrijven onder 250 werknemers?

Op dit moment juridisch nog wel. De Tweede Kamer nam op 15 april 2025 een motie aan om de WPM-grens te verhogen van 100 naar 250 werknemers, en op 20 november 2025 kondigde het kabinet het voornemen tot afschaffing aan. De internetconsultatie sloot op 9 maart 2026. Als het besluit ongewijzigd wordt ingevoerd, geldt de afschaffing met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Tot het besluit definitief is gepubliceerd, blijft de huidige verplichting voor bedrijven met 100 of meer werknemers volledig van kracht.

Welke gegevens moet ik verzamelen voor de WPM-rapportage?

De rapportage vereist het totaal aantal kilometers dat werknemers afleggen, uitgesplitst naar mobiliteitstype (woon-werkverkeer of zakelijk verkeer), vervoersmiddel (auto, motor, scooter, fiets, OV) en brandstoftype (benzine, diesel, hybride, elektrisch, waterstof). Je rapporteert geen individuele ritten of persoonsgegevens, alleen geaggregeerde totalen op organisatieniveau per KvK-nummer.

Tellen ZZPers en uitzendkrachten mee voor de WPM-grens?

Nee. Uitzendkrachten, gedetacheerden, ZZPers, wethouders, gemeenteraadsleden en andere politieke vertegenwoordigers tellen niet mee als werknemer voor de WPM. Een werknemer telt alleen mee als deze bij de organisatie in dienst is met een contract dat 20 of meer uren betaald werk per maand garandeert. Werknemers die in het buitenland wonen maar in een Nederlandse vestiging werken, tellen wel mee.

Wat is de peildatum voor het bepalen van het aantal werknemers?

Voor de rapportage over 2025 is de peildatum 1 januari 2025. Had je organisatie op die datum 100 of meer werknemers in dienst (op één KvK-nummer, met contracten van minimaal 20 uur per maand), dan ben je verplicht te rapporteren voor 30 juni 2026. Heb je meerdere vestigingen onder hetzelfde KvK-nummer, dan dien je één gecombineerde rapportage in.

Wat als ik de WPM-rapportage niet of te laat indien?

Bij te late of incomplete indiening kan de bevoegde omgevingsdienst een last onder dwangsom opleggen. De handhaving wordt sinds 2025 actief uitgevoerd door regionale omgevingsdiensten. Er staat geen vaste boete op verzuim, maar de dwangsom loopt op zolang de rapportage niet correct is ingediend. Begin daarom tijdig met de voorbereiding, zeker als je voor het eerst rapporteert.

Hoe verzamel ik de woon-werkkilometers van mijn werknemers?

De meest gebruikte methode is een korte enquête onder werknemers waarin ze hun reispatroon in een gekozen referentieweek invullen. Op basis daarvan extrapoleer je de jaartotalen. Dit kan met een eigen survey, een gespecialiseerde tool zoals Fynch of MoveMove, of via de gratis 1-minuutenquêtes van regionale mobiliteitsmakelaars. Combineer dit met data van leasebedrijven voor zakelijke kilometers en met declaraties voor eigen-vervoer-kilometers.

Mag de WPM-rapportage gebaseerd zijn op schattingen?

Schattingen mogen, mits gebaseerd op een onderbouwde methodiek. RVO accepteert extrapolaties op basis van enquêtes en steekproeven. Wat niet mag, is het zomaar invullen van willekeurige getallen. De rapportage moet aantoonbaar berusten op een transparant proces, en bij controle door een omgevingsdienst moet je je methode kunnen toelichten. Documenteer dus precies hoe je tot de cijfers bent gekomen.

Komt er een CO2-plafond voor werkgevers?

Mogelijk wel. In het klimaatakkoord is afgesproken om de CO2-uitstoot van werkgebonden mobiliteit met 1,5 megaton te verminderen voor 2030. Als de gezamenlijke reductie achterblijft, kan de overheid alsnog dwingende normen opleggen, bijvoorbeeld een verplicht CO2-plafond per werkgever. Dat is op dit moment nog niet aan de orde, maar het is een reden voor werkgevers om actief te sturen op duurzamere mobiliteit, ongeacht de huidige rapportageverplichting.

Bereken de mobiliteitskosten van jouw organisatie

Reiskostencheck helpt werkgevers en werknemers om de optimale vervoersmix te vinden. Inclusief actuele tarieven 2026 en de impact op je WPM-cijfers.

Open calculator Mobiliteitsbudget 2026

Gratis · Werkt direct · Geen account